In mijn rouwstoel zit ik in de tuin.
Onze tuin die jouw energie uitademt.
Creatie van jouw handen.
Hier zitten geeft me het gevoel dat je dichtbij me bent.

Het is stil en donker, enkel de vlam van ’n kaars geeft licht.
Zacht licht, het enige wat mijn ogen op dit moment verdragen.
Stilte die ik als balsem ervaar.
Balsem op een rauwe wond.

Onze tuin, een spiegel waarin ik kan zien wie je was, bent en altijd zal blijven.
Met liefde voor alles wat hierin groeit, bloeit en leeft.

Stilte kan oorverdovend zijn.
Stilte maakt je stil en nederig.
Geeft je het besef, dat alles zoveel groter is.
Dat alles – altijd – een grote stille aanwezigheid is.

In de stilte stopt de tijd, er is enkel nog de beleving van het moment.
Alle gevoelens van pijn, verdriet, gemis en liefde mogen er zijn.
Stilte heeft geen oordeel.
Stilte transformeert emotie naar kalmte voor dit moment.

In de stilte mag ik schuilen.
De tuin omhelst me en geeft stille troost.
En in die stilte komen we weer even samen.